Komende nacht en ochtend ligt er kans op ijzel die wegen, fietspaden en stoepen spekglad kan maken. Vooral buiten het zuidwesten is opletten geblazen: zichtbare natte plekken kunnen stiekem een onzichtbaar ijslaagje verbergen.
Nachtelijke ijzel en regionale verschillen
Het KNMI geeft voor de komende uren een waarschuwing af voor ijzel en extreme gladheid in een groot deel van Nederland. Terwijl het zuidwesten relatief mild blijft, neemt elders de kans op bevriezende neerslag flink toe. Dat betekent dat wegen, fietspaden en stoepen er nat uit kunnen zien maar onder een dunne ijsschil kunnen zitten.
Temperaturen schommelen rond het vriespunt en dat is precies het probleem: regen die het wegdek raakt kan direct bevriezen. Juist die onzichtbare laag maakt de situatie verraderlijk omdat bestuurders en fietsers vaak pas merken hoe glad het is wanneer remmen of sturen noodzakelijk wordt.
De onopvallende aard van ijzel vergt extra aandacht bij parkeren en uitstappen: een natte loopplank of drempel kan ineens spiegelglad zijn. Ook plekken waar auto’s vaak stilstaan of langzaam manoeuvreren, zoals bij winkels en bushaltes, lopen extra risico omdat smeltend vuil en water daar één gladde laag kunnen vormen.
Waarom temperaturen rond het vriespunt extra gevaarlijk zijn
Een paar graden meer of minder op de thermometer bepaalt of neerslag als regen, natte sneeuw of ijzel neerkomt. In het noordoosten verwacht het KNMI minimumtemperaturen rond -2 °C, terwijl het zuidwesten rond +2 °C blijft. De kleine temperatuurverschillen beïnvloeden direct waar en wanneer ijsvorming optreedt.
Natte sneeuw kan aanvankelijk wat grip geven, maar zodra het overgaat in regen of daadwerkelijk bevriest ontstaat een spiegelglad wegdek. Vooral bruggen, viaducten en rustiger bereden wegen koelen sneller af en lopen daarmee een hoger risico op ijzelvorming.
Kleine lokale verschillen in asfaltsoort, schaduwwerking van bomen en nabijheid van water kunnen bepalen of een wegvak wél of niet glad wordt. Dat verklaart waarom de ene straat ogenschijnlijk veilig voelt terwijl de parallelweg twee huizen verder een ijslaag heeft die niet meteen te zien is.
Wind, gevoelstemperatuur en extra risico’s voor verkeer
Boven land waait een matige tot vrij krachtige zuidelijke wind; langs de kust en rond het IJsselmeer kan die aantrekken naar krachtig tot hard (windkracht 6-7). Die wind verlaagt de gevoelstemperatuur en maakt buiten bewegen onaangenaam en uitdagender.
Voor fietsers maakt de wind het sturen lastiger, zeker op glad wegdek. Windstoten kunnen ervoor zorgen dat natte plekken sneller afkoelen, wat de kans op plaatselijke bevriezing vergroot. Ook bestuurders van hoge voertuigen moeten rekening houden met zijdelingse windkrachten op open wegen en dijken.
In praktijk betekent dit: inzetten op voorspelbaarheid. Langzame, kleine stuurcorrecties werken veel beter dan plotseling herstellen van een slip. Voor fietsers helpt het om vrij te houden van de meest windgevoelige rijstroken en waar mogelijk extra ruime lijnen te rijden om onverwachte windstoten op te vangen.
Ochtendspits: waar en hoe de problemen ontstaan
De grootste problemen worden verwacht tijdens de vroege ochtenduren, met name in het noordoosten waar ijzel en eventueel natte sneeuw voor een verraderlijk begin van de dag kunnen zorgen. In delen van het land neemt de gladheid daarna geleidelijk af wanneer het iets opwarmt en de neerslag verandert in motregen.
Dat neemt niet weg dat schaduwrijke stukken, rustige buitenwegen en bruggen langdurig spiegelglad kunnen blijven. Bestuurders ervaren vaak dat het wegdek eerst nat lijkt en vervolgens plotseling het remgedrag verandert. Extra afstand houden en anticiperen op onverwachte gladheid is cruciaal om ongelukken te voorkomen.
Wie de mogelijkheid heeft, kan de ochtendspits vermijden of meer reistijd inplannen; dat voorkomt onnodige stress en vermindert het risico op ongelukken. Voor wie afhankelijk is van het openbaar vervoer is wat extra planning handig, omdat haltes en perrons door ijsvorming onveilig kunnen zijn en vertragingen kunnen opleveren.
Dagverloop: motregen, bewolking en regionale verschillen
Overdag blijft het zwaar bewolkt met perioden van lichte motregen in veel delen van het land. Dat zorgt niet voor veel neerslaghoeveelheid, maar wel voor een somber en vochtig weertype met regelmatig natte wegen. In het noorden kan nevel of mist ontstaan, wat het zicht en daarmee de verkeersveiligheid verder beperkt.
De temperaturen lopen in het zuidwesten op naar ongeveer 8 °C, terwijl het noordoosten rond 4 °C blijft steken. Die verschillen benadrukken opnieuw dat de weersituatie lokaal zeer uiteen kan vallen: van dreigende gladheid tot gewoon druilerig herfstweer.
Tijdens bewolkte dagen wordt contrast minder, waardoor diepte in het zicht afneemt en afwijkingen in het wegdek minder goed opvallen. Voor bestuurders betekent dit extra alert blijven bij in- en uitvoegstroken, tunnelmondingen en kruispunten waar zichtcondities snel veranderen.
Middag en avond: regen in het zuidoosten en draaiing van de wind
In de middag neemt de kans op echte regen toe, vooral in het zuidoosten waar het tijdelijk flink kan doorregenen. Dat helpt om ijslagen weg te spoelen, maar zorgt tegelijkertijd voor natte en sombere omstandigheden die ook voor aquaplaning en verminderd zicht kunnen zorgen.
Tegen de avond wint de regen terrein over midden en zuiden van het land en draait de wind naar zuidwest. De hogere temperaturen maken nieuwe ijzel onwaarschijnlijk, maar natte wegen en de aanhoudende wind vragen nog steeds om voorzichtigheid.
Langdurige regen benadrukt ook het belang van goede waterafvoer op wegen en fietspaden; gebieden met verstopte goten of druk gebruikte parkeerplaatsen kunnen langere perioden met plassen kennen. Die concentraties van water verhogen de kans op slippen, vooral bij verkeerskunstwerken en bochten waar remmen onvermijdelijk is.
Praktische tips voor weggebruikers en gemeenten
Voor automobilisten: rijd langzamer dan normaal, houd ruim afstand en rem gecontroleerd. Snel manoeuvreren op een mogelijk ijzig oppervlak leidt vaak tot ongelukken. Voor fietsers en voetgangers geldt: kies goed verlichte routes, vermijd bruggetjes en viaducten als het kan, en loop of fiets met schoenen en banden die voldoende grip bieden.
Openbaar vervoer kan hinder ondervinden door gladde sporen en perrons; houd rekening met vertragingen en check actuele reisinformatie. Voor strooidiensten en gemeenten is ijzel lastig te bestrijden wanneer de neerslag aanhoudt en temperaturen rond het vriespunt fluctueren. Tijdige waarschuwingen en gerichte strooirondes op knelpunten blijven essentieel.
Daarnaast loont het om eenvoudige controles te doen: verlichting, ruitenwissers en bandenspanning beïnvloeden allemaal de veiligheid direct. Gemeenten kunnen prioriteit geven aan plekken met veel voetgangers en fietsers en aan wegen met logistieke betekenis om de grootste risico’s voor verkeer en bereikbaarheid te beperken.
Blijf up-to-date en neem geen risico’s
De komende uren zijn lokaal sterke verschillen mogelijk tussen het noordoosten en het zuidwesten, dus actueel weeradvies van het KNMI en lokale verkeersinformatie volgen is aan te raden. Dit soort overgangsperiodes tussen vorst en dooi veroorzaakt vaak de meeste ongelukken omdat het gevaar niet altijd zichtbaar is.
Kortom: de combinatie van ijzel, lage temperaturen en wind maakt dit weerbeeld verraderlijk. Extra alertheid onderweg en kleine aanpassingen in rijgedrag of woon-werkkeuze kunnen een groot verschil maken voor de veiligheid.
FAQ
Hoe herken je black ice op de weg?
Black ice is vaak onzichtbaar en lijkt op een natte plek. Let op spiegelende glans, minder geluid van banden en plotseling verlies van grip bij remmen of sturen.
Wat is de veiligste manier om te rijden bij ijzel?
Rijd langzamer, houd extra afstand en maak vloeiende stuur- en rembewegingen. Vermijd harde remmen en steek waar mogelijk rustigere wegen of alternatieve reistijden in.
Wat kunnen gemeenten doen om risico’s te verminderen?
Gerichte strooirondes op bruggen, viaducten en drukke fiets- en voetgangersroutes helpen het meest. Tijdige waarschuwingen en goede afwatering verminderen langdurige spiegelgladde plekken.
Bron: KNMI








