Auto-inbraken zijn vorig jaar landelijk gedaald, maar dat betekent niet dat overal de risico’s even laag zijn. Waar parkeren en wonen veel uitmaken: een overzicht van de provincies en gemeenten met de hoogste kans op auto-inbraak — en praktische tips om niet de volgende slachtoffer te worden.
Landelijke trend: minder auto-inbraken, maar cijfers vertellen niet het hele verhaal
De teller van auto-inbraken in Nederland laat voor 2025 een daling zien ten opzichte van voorgaande jaren. Na jaren van stijging noteerde de politie 38.458 meldingen van auto-inbraak in 2025, een stuk minder dan de piekjaren ervoor.
Ter vergelijking: in 2022 lag het aantal op 39.050, het jaar daarna op 39.768 en vervolgens steeg het naar 40.319 voordat de daling inzette. Deze landelijke trend biedt geruststelling, maar de lokale verschillen zijn enorm.
Regio’s en provincies met het hoogste risico op auto-inbraak
De kans dat een auto wordt opengebroken verschilt sterk per provincie. In dichtbevolkte gebieden is de kans op inbraak over het algemeen hoger, wat terug te zien is in de cijfers voor Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht.
Zuid-Holland telt met 9.561 de meeste geregistreerde auto-inbraken, Noord-Holland volgt met 9.539 en Utrecht registreerde 6.127 gevallen. Per 10.000 inwoners springt Utrecht eruit met 44 inbraken, daarna Noord-Holland met 32 en Zuid-Holland met 25. Aan de andere kant van de schaal staan Friesland en Drenthe met elk 6 per 10.000 inwoners, en Overijssel met 7, waar het risico per inwoner beduidend lager is.
In provincies met relatief weinig inbraken kunnen incidentele clusters toch voor veel onrust zorgen; één reeks van gebeurtenissen kan de lokale perceptie van veiligheid snel veranderen. Die lokale ervaring maakt dat cijfers alleen niet altijd voldoende zijn om het gevoel van risico te duiden.
Topgemeenten: hier is de kans op inbraak het grootst
Op gemeentelijk niveau worden de verschillen nog scherper. Sommige gemeenten hebben een opvallend hoge kans op auto-inbraak per hoofd van de bevolking, iets waar lokale bewoners rekening mee moeten houden.
De lijst met gemeenten met de meeste inbraken per 10.000 inwoners wordt aangevoerd door Utrecht (95), gevolgd door Ouder-Amstel (79) en Amsterdam (67). Ook andere stedelijke of centraal gelegen plaatsen als Eindhoven (59) en Nieuwegein (55) scoren hoog. Kleinere gemeenten with bijzondere statistiekwaarden, zoals Rozendaal met 54, laten zien dat een hoge ratio niet altijd een groot aantal incidenten betekent; bij Rozendaal gaat het om een kleine absolute aantallen vanwege de geringe bevolking.
De Top 10 (inbraken per 10.000 inwoners): Utrecht 95, Ouder-Amstel 79, Amsterdam 67, Eindhoven 59, Nieuwegein 55, Rozendaal 54, Rotterdam 53, Houten 49, Roermond 46 en Valkenburg aan de Geul 43. Deze lijst laat zien dat zowel grote steden als sommige kleine gemeentes opvallen en dat toeristische plaatsen zichzelf niet per se immuun mogen wanen.
Voor bewoners en bezoekers van deze gemeenten is het handig om niet alleen naar de ranglijst te kijken, maar ook naar concrete plekken binnen de gemeente waar inbraken geconcentreerd plaatsvinden. Zo helpt gerichte aandacht — bijvoorbeeld voor bepaalde wijkparkeerplaatsen of stationspleinen — om verstandige keuzes te maken over waar en wanneer te parkeren.
Waarom locaties zoveel uitmaken: verklaringen en context
De verklaring voor regionale verschillen is meervoudig. Dichtbevolkte gebieden bieden meer doelwitten en vaak ook meer anonimiteit voor daders, waardoor opsporing lastiger is. Ook spelen factoren als parkeermogelijkheden, verlichting en cameratoezicht een rol in de lokale risico-inschatting.
Daarnaast zijn er ook afwijkende voorbeelden: niet ieder dichtbevolkt gebied heeft veel inbraken. Internationale voorbeelden zoals Singapore of Dubai laten zien dat hoge dichtheid niet automatisch gelijk staat aan veel inbraken; lokale handhaving, parkeerkosten en het autobegrip spelen mee. Dit benadrukt dat correlatie niet per se causaliteit betekent en dat meerdere factoren tegelijk het risico beïnvloeden.
Het is belangrijk om te beseffen dat maatregelen die in de ene buurt werken, in een andere buurt minder effect kunnen hebben; maatwerk in preventie en handhaving maakt echt het verschil. Lokale partijen zoals gemeente, politie en bewonersgroepen moeten daarom samen kijken welke mix van maatregelen het beste past bij hun situatie.
Praktische tips om de kans op auto-inbraak te verkleinen
Parkeer bij voorkeur op goed verlichte plekken en in het zicht van mensen of camera’s. Daders werken het liefst ongestoord: zichtbaarheid werkt vaak als afschrikmiddel.
Laat geen waardevolle spullen zichtbaar in de auto achter en sluit altijd portieren en ramen af — ook bij een korte stop. Gebruik waar mogelijk een afgesloten parkeergarage of bewaakte parkeerplaats als dat binnen handbereik is.
Overweeg technische maatregelen zoals een alarmsysteem, een mechanisch wielkoppelingsslot of extra raamblindering. Een simpele handremklem of stuurslot schrikt veel gelegenheidsdaders af omdat het extra tijd en aandacht vergt.
Verzekeringen en registraties helpen bij nasleep: maak foto’s van waardevolle spullen, noteer serienummers en bewaar aankoopbewijzen. Meld verdachte situaties meteen bij de politie en registreer schade en diefstal nauwkeurig voor de verzekeraar.
Kleine extra gewoontes kunnen ook helpen, zoals het weghalen van losse kabels die doen denken aan navigatiesystemen, of het laten zien dat er niets van waarde aanwezig is door een lege kofferbak open te laten bij het parkeren (uiteraard alleen als het veilig kan). Deze praktische aandachtspunten kosten bijna niets en verhogen de drempel voor een snelle, opportunistische inbraak.
Wat automobilisten lokaal moeten doen: verstandig parkeren en buurtbewaking
Voor wie in een hoog-risicogemeente woont of vaak in die gebieden parkeert, loont het om extra alert te zijn. Let op patronen in je buurt: op welke tijden en welke plekken worden inbraken gemeld? Kleine aanpassingen in routine kunnen al veel verschil maken.
Buurtpreventie en het delen van waarnemingen met buren of via lokale platforms helpt ook. Wie signalen deelt, verkleint de kans dat daders ongestoord blijven opereren. Burgers kunnen bovendien druk uitoefenen op gemeenten en woningcorporaties om betere verlichting en cameratoezicht op risicolocaties te realiseren.
Actieve betrokkenheid kan verder reiken dan alleen melden: samen organiseren van buurtwandelingen of kort overleg met de wijkagent draagt bij aan bewustzijn en concrete verbeteringen. Die collectieve aanpak is vaak effectiever dan individuele maatregelen alleen.
Conclusie: daling, maar blijf scherp
De landelijke cijfers zijn bemoedigend: minder auto-inbraken in 2025 dan in voorgaande jaren. Toch mogen automobilisten niet denken dat het gevaar verdwenen is; lokaal kan het risico nog steeds hoog zijn. Een bewuste parkeersituatie, eenvoudige anti-inbraakmaatregelen en een alerte houding maken het verschil.
Voor wie in een risicogemeente woont: blijf je omgeving goed in de gaten houden, gebruik veiliger parkeeropties waar mogelijk en maak inbraaklastig gedrag onaantrekkelijk voor daders. De cijfers geven richting, maar het dagelijkse gedrag bepaalt uiteindelijk of de auto veilig blijft.
FAQ
Hoe herken je risicovolle parkeerplekken in jouw buurt?
Let op slechte verlichting, weinig zicht vanuit huizen of winkels, en plekken zonder cameratoezicht. Controleer lokale meldingen en praat met buurtbewoners voor patronen.
Welke eenvoudige anti-inbraakmiddelen werken echt?
Zichtbare stuursloten, handremklemmen en een werkend alarm verhogen de tijdsbelasting voor daders en schrikt veel gelegenheidsdaders af. Combineer met goede gewoontes zoals geen waardevolle spullen zichtbaar laten.
Wanneer moet een inbraak altijd bij de politie en verzekeraar gemeld worden?
Meldden zodra er sprake is van diefstal of schade. Doe aangifte bij de politie en rapporteer direct bij de verzekeraar met foto’s, serienummers en aankoopbewijzen voor een vlotte afhandeling.
Bron: Politie








