Als de verkeerslichten uitvallen of vreemd knipperen, ontstaat er snel verwarring op kruisingen. Duidelijkheid over de regels voorkomt gevaarlijke situaties en boetes.
Wat betekenen kapotte verkeerslichten en wanneer treden de regels in werking?
Als stoplichten defect raken of een onlogische signaalcombinatie tonen, werken de reguliere aanwijzingen niet meer zoals verwacht. In zulke gevallen gelden de standaardvoorrangsregels uit het verkeersreglement, tenzij politie of wegwerkers anders aangeven.
Niet iedere storing ziet er hetzelfde uit: een volledig uitgevallen set, knipperend geel licht of een permanent rood signaal vragen om andere reacties. Daarom is het handig om te weten welke gedragscode in elke situatie geldt.
Direct handelen bij knipperend geel of rood: veilig en volgens de wet
Bij een knipperend geel licht geldt: opletten en voorzichtig doorrijden. Het verkeerslicht geeft aan dat bestuurders geen absolute voorrang hebben maar wel extra waakzaam moeten zijn. Dit is typisch bij een tijdelijke storing of bij situaties waar alleen waarschuwen nodig is.
Knipperend rood heeft een dwingender karakter: dit licht is gelijk aan een stopbord. Voertuigen moeten volledig tot stilstand komen en pas verder rijden wanneer het veilig is. De regels schrijven voor eerst stoppen, daarna voorrang verlenen aan verkeer dat van rechts komt, tenzij andere borden of aanwijzingen iets anders bepalen.
Een extra aandachtspunt bij knipperend geel is de verwarring die ontstaat in druk stadsverkeer: het lijkt misschien alsof iedereen maar wat doet. Daarom helpt het om bewust langzamer te rijden en oogcontact te zoeken met andere bestuurders, zodat intenties beter af te leiden zijn.
Volledig uitgevallen verkeerslichten: de klassieke voorrangsregels gelden
Als een kruising zonder werkende signalen staat, gelden de klassieke voorrangsregels van het CBR. De simpelste regel om te onthouden: geef voorrang aan verkeer van rechts, tenzij de kruising is geregeld met borden of markeringen. Dat betekent dat voertuigen die van rechts naderen, eerst mogen gaan.
Bij T-kruisingen en rijstrookwisselingen helpen aanvullende borden en wegmarkeringen om de juiste volgorde te bepalen. Lijnmarkeringen en voorrangs- of haaientanden hebben in dat geval voorrang boven het ontbreken van lichtsignalen.
In situaties waar markering ontbreekt of onduidelijk is, betaalt het zich terug om extra ruimte te geven en kort te claxonneren of handmatig te communiceren als dat nodig is. Zo wordt misinterpretatie van wie precies van rechts komt beperkt en blijven kruisingen beheersbaar.
Wat te doen als er politie of verkeersregelaars aanwezig zijn?
Wanneer agenten of verkeersregelaars ter plaatse zijn, hebben hun aanwijzingen altijd voorrang op verkeerslichten en borden. Hun gebaren en signalen moeten onmiddellijk worden opgevolgd, ook al lijken die soms in tegenspraak met de normale regels.
Verkeersregelaars gebruiken vaak armgebaren of verkeersborden; dit gebeurt vooral bij grote storingen, evenementen of ongevallen. Volg die aanwijzingen rustig en zonder eigen initiatieven die de doorstroming of de veiligheid kunnen schaden.
Als de aanwijzingen onduidelijk lijken, is het verstandig oogcontact te maken met de regelaar en kort te wachten op bevestiging. Dat voorkomt gevaarlijke situaties waarbij meerdere bestuurders tegelijk de kruising proberen te naderen.
Praktische tips voor bestuurders: voorspelbaar en defensief rijden
Scherp zicht en anticipatie zijn cruciaal bij storingen van stoplichten. Vertragen bij het naderen van een kruising is geen overbodige luxe: zo ontstaat er ruimte om andere weggebruikers in te schatten en tijd om te reageren.
Gebruik richtingaanwijzers duidelijk en op tijd; andere weggebruikers kunnen het verschil tussen volgen en stoppen makkelijk missen bij een chaotische kruising. Handbewegingen zijn nooit een vervanging voor richtingaanwijzers en kunnen zelfs verwarrend werken.
Rijd defensief en ga niet gokken op het gedrag van anderen. Als een autobestuurder aarzelend reageert, is het slimmer even te wachten dan ertegenaan te rijden. Zeker bij grote voertuigen, fietsers en voetgangers verdient voorspelbaarheid prioriteit.
Een praktische vuistregel: houd extra ruimte en reken op fouten van anderen. Met name bij slecht zicht of drukte is het beter langzaam te vertrekken en zo ruimte te laten ontstaan voor iedereen, in plaats van ruimte te dichten en risico’s te nemen.
Specifieke situaties: fietsers, voetgangers en trams
Fietsers en voetgangers hebben bij storende verkeerslichten vaak minder bescherming. Fietsers kunnen moeilijker inschatten wat auto’s gaan doen, dus extra aandacht is nodig. Geef voetgangers de ruimte en vertrouw niet blind op oogcontact.
In steden met trams geldt dat tramverkeer meestal voorrang houdt. Trams kunnen niet makkelijk uitwijken; hun prioriteit en vaste spoor zorgen ervoor dat automobilisten extra voorzichtig moeten zijn bij kruisingen met tramrails.
Bij drukke oversteekplaatsen helpt het om als bestuurder extra stil te staan bij zichtbare aanwijzingen van voetgangers of fietsers die al zijn begonnen met oversteken. Dat voorkomt verrassingen en beschermt de meest kwetsbaren op de weg.
Preventie, meldingen en verantwoordelijkheid van wegbeheerders
Als weggebruiker is het verstandig een storing direct te melden bij de gemeente of wegbeheerder. Veel gemeenten hebben een meldpunt of een app om kapotte lichten door te geven; hoe sneller de storing bekend is, hoe eerder herstelteams in actie komen.
Wegbeheerders hebben de plicht de situatie veilig te maken, bijvoorbeeld door tijdelijke signalering of inzet van verkeersregelaars. In sommige gevallen worden problemen tijdelijk opgelost door het lichtenstelsel op waarschuwingsmodus te zetten of door omleidingen in te stellen.
Het melden van een storing heeft niet alleen praktisch nut, het creëert ook bewijs dat het probleem bekend was en dat er aan herstel gewerkt wordt. Dat kan later van belang zijn bij vragen over verantwoordelijkheid of vervolgstappen.
Juridische en verzekeringsaspecten: wie is verantwoordelijk bij een ongeval?
Bij een ongeval op een kruising met defecte verlichting moet worden gekeken wie zich aan de voorrangsregels hield en wie roekeloos handelde. Politierapporten en getuigenverklaringen spelen een belangrijke rol bij het vaststellen van aansprakelijkheid.
Verzekeraars beoordelen de zaak op basis van gedragingen en verkeersregels; blijven bestuurders verantwoordelijk ondanks storing betekent niet automatisch dat iedereen altijd schuldig is. Daarom is goed gedrag en duidelijke communicatie cruciaal bij een botsing.
Het bewaren van foto’s, notities en contactgegevens van getuigen kan achteraf veel duidelijkheid geven over de situatie ter plaatse. Dit soort documentatie ondersteunt zowel politieonderzoek als verzekeringsafhandeling.
Kort samengevat: veilig, voorspelbaar en volgens de regels
Storing aan verkeerslichten vraagt om rust, overzicht en kennis van de voorrangsregels. Bij knipperend geel: voorzichtig doorrijden; bij knipperend rood: stoppen als bij een stopbord; bij volledige uitval: voorrang van rechts tenzij anders aangegeven.
Altijd de aanwijzingen van hulpdiensten en verkeersregelaars volgen, richtingaanwijzers correct gebruiken en defensief rijden voorkomen de meeste problemen. Bij twijfel even stoppen en duidelijk handelen is vaak de slimste zet.
Met deze aanpak blijft het verkeer op kruisingen met kapotte verkeerslichten zo veilig mogelijk — en dat is precies wat telt op de weg.
FAQ
Wanneer geldt de regel ‘voorrang van rechts’ bij uitgevallen verkeerslichten?
Bij volledige uitval van alle signalen gelden de standaardvoorrangsregels: doorgaans voorrang verlenen aan verkeer van rechts, tenzij borden of markeringen anders aangeven.
Wat moet gebeuren bij knipperend rood of geel?
Knipperend rood betekent stoppen als bij een stopbord; knipperend geel betekent voorzichtig doorrijden zonder absolute voorrang te hebben. Altijd extra opletten.
Wie moet een storing melden en waar naartoe?
Elke weggebruiker kan een storing melden bij de gemeente of wegbeheerder via het meldpunt of de gemeentelijke app; snelle melding versnelt herstel en verhoogt veiligheid.








