Het kabinet werkt aan een grondige herijking van autobelastingen en heeft meerdere onderzoeken laten uitvoeren. Dit overzicht legt uit welke onderdelen op de schop gaan en wat dat praktisch betekent voor consumenten, zakelijke rijders en de automarkt.
Hervorming van de motorrijtuigenbelasting (mrb): gewicht versus oppervlakte
De wegenbelasting rust al sinds 1926 op de grondslag van het voertuiggewicht. Toen was dat logisch omdat men het gewicht koppelde aan schade aan het wegdek, maar sindsdien zijn auto’s en aandrijftechnologie flink veranderd. Daarom onderzoekt het kabinet nu alternatieve heffingsgrondslagen, zoals het oppervlak of de fysieke omvang van de auto.
De aanleiding is duidelijk: elektrische auto’s hebben relatief zware accu’s, waardoor ze in een gewicht-gebaseerd systeem vaak onevenredig meer mrb betalen. Omdat de huidige tariefkorting voor EV’s tijdelijk is, ontstaat onzekerheid over toekomstige kosten voor bezit. Onderzoekers bekijken ook de optie van een aparte tarieftabel voor elektrische auto’s, waarbij de grondslag technisch gezien gewicht kan blijven maar met een minder strenge weging voor accu’s.
De studie moet ook rekening houden met toekomstige ontwikkelingen in accutechnologie. Accugewichten kunnen afnemen of anders verdeeld raken naarmate de techniek vordert, waardoor het mrb-systeem flexibel moet blijven. Verwacht wordt dat de onderzoeksresultaten dit jaar nog openbaar worden gemaakt.
Een andere overweging bij oppervlakte- of omvanggebaseerde heffingen is administratieve uitvoerbaarheid: hoe meet en registreer je consistent de fysieke afmetingen zonder de registratiepraktijk onnodig complex te maken? Daarbij speelt mee dat voertuigen met identieke buitenafmetingen toch verschillende constructieve belastingen op het wegdek kunnen veroorzaken, waardoor een zuiver oppervlakteprincipe ook weer nuance nodig heeft.
BPM blijft, maar geen tenaamstellingsbelasting
Er is nagedacht over het omzetten van de bestaande bpm naar een tenaamstellingsbelasting: een heffing die niet bij de eerste eigenaar in één keer wordt opgelegd, maar telkens bij elke tenaamstelling van het kenteken. Op papier leek dat eenvoudiger, maar de uitkomst van het kabinet is anders.
De analyse wijst uit dat een tenaamstellingsbelasting onbedoelde effecten kan hebben, zoals gemakkelijke ontwijking van heffingen en een verzwakking van de tweedehandsmarkt. Dat laatste zou de doorstroming naar elektrische tweedehandsauto’s kunnen remmen en zo de transitie naar elektrisch rijden belemmeren. Daarom blijft de bpm in essentie bestaan, maar krijgt de uitvoering een robuustere opzet.
Concreet betekent dat: de bpm wordt anders ingericht zodat waardebepaling en uitvoerbaarheid minder discussiegevoelig worden. De precieze maatregelen blijven nog onduidelijk; nadere uitwerking volgt uiterlijk eind 2026.
Een robuustere opzet kan ook inzichtelijker processtappen vereisen bij import en handel, zodat zowel kopers als dealernetwerken weten waar ze aan toe zijn. Duidelijke regels helpen administratieve verrassingen voorkomen en zorgen ervoor dat marktpartijen de financiële consequenties beter kunnen inschatten.
Elektrisch rijden aantrekkelijker maken voor álle groepen
Het kabinet wil dat elektrisch rijden voor iedereen loont, niet alleen voor zakelijke rijders en kopers van nieuwe EV’s. Uit lopende onderzoeken blijkt dat zakelijke rijders relatief makkelijk profiteren van EV-voordelen: leasecontracten, laadmogelijkheden thuis en fiscale regelingen maken elektrisch rijden vaak goedkoper dan een vergelijkbare benzineauto.
Bij particuliere kopers, vooral in het lagere segment van de tweedehandsmarkt, ligt het anders. Wie geen eigen laadpaal heeft en afhankelijk is van openbaar laden of publieke voorzieningen, loopt hogere gebruikskosten en ziet minder financiële voordelen. Daarom wordt onderzocht hoe groot deze doelgroep is en welke factoren hun keuze bepalen.
Het doel van die analyse is beleidsopties aan te reiken die de drempel voor particuliere kopers verlagen, zoals gerichte incentives of infrastructuurmaatregelen. Verwacht wordt dat ook deze resultaten tegen het einde van het jaar volgen.
Bij het beoordelen van maatregelen speelt sociale rechtvaardigheid een rol: elektrische mobiliteit moet niet alleen bereikbaar zijn voor wie een oprit heeft of een leasecontract via het werk. Daarom gaat het onderzoek ook in op praktische oplossingen, zoals buurtoplossingen voor laden en betaalbare laadproducten, zonder daarbij in technische detailvragen te treden.
Pseudo-eindheffing: aanpassingen na overleg met sector
De pseudo-eindheffing, die veel ondernemers zorgen baart, krijgt op sommige punten uitzonderingen. Na gesprekken met de autosector heeft het kabinet besloten bepaalde situaties vrij te stellen om onbedoelde pijnpunten te verzachten.
De aangekondigde uitzonderingen betreffen onder meer vervangend vervoer op benzine bij schades tot 14 aaneengesloten dagen, kortdurende zakelijke huurauto’s (maximaal zeven dagen) en lesauto’s. Daarmee wil de overheid voorkomen dat kleine, functionele situaties leiden tot disproportionele fiscale lasten.
Een volledige evaluatie van de pseudo-eindheffing staat gepland voor 2030. Tot die tijd blijven de aangepaste criteria gelden, maar marktpartijen en ondernemers houden scherp in de gaten of de praktijk goed aansluit op de bedoeling.
Naast vrijstellingen blijft handhaving en uitleg naar ondernemers belangrijk om verwarring te voorkomen. Heldere voorbeelden en casuïstiek kunnen helpen bij de uitvoering, zodat kleine bedrijven niet onverwacht geconfronteerd worden met ingewikkelde fiscale afwegingen.
Youngtimer en greentimer: twee paden voor oudere auto’s in de bijtelling
De regering herijkt ook de regels rond de youngtimerregeling en onderzoekt een nieuw alternatief: de greentimerregeling. De huidige plannen voor de youngtimer hebben al onzekerheid veroorzaakt in het bedrijfsleven en bij leasemaatschappijen, dus er worden meerdere varianten bestudeerd.
De greentimerregeling is ontworpen om elektrische leaseauto’s van vier tot vijf jaar oud aantrekkelijker te maken voor doorverkoop in Nederland, in plaats van export buiten de landsgrenzen. In de voorstellen gaat het om een bijtellingskorting van ongeveer 14–15 procent van de oorspronkelijke cataloguswaarde voor EV’s tussen vijf en acht jaar oud.
De voorlopige uitkomsten tonen dat de greentimer een interessant alternatief kan zijn: werknemers met reguliere bijtelling kunnen overstappen op oudere elektrische auto’s als leasemaatschappijen die aanbieden, en de regeling is in veel gevallen goedkoper dan een nieuwe bijtellingsplichtige auto. Toch is het niet per definitie beter voor het klimaat, omdat een greentimer soms een nieuwe zakelijke EV vervangt in plaats van die aan te vullen.
Het kabinet ziet in combinatie met een geleidelijke afbouw van de youngtimerregeling een aantrekkelijk optie. Beslissingen daarover worden voor augustus genomen; invoeringstijdstip hangt af van aanvullende studies.
Een mogelijke nevenwerking van zulke regelingen is dat vraag en aanbod op de tweedehandsmarkt veranderen, met effecten op restwaarde en doorverkoopfrequentie. Marktpartijen letten daarom op prijssignalen en voorraadbewegingen om te voorkomen dat de regeling leidt tot onvoorziene prijsschommelingen.
Wat staat er nu te gebeuren en wanneer volgen de beslissingen?
Kort samengevat: op korte termijn worden knelpunten in de pseudo-eindheffing aangepakt en wordt onderzocht of de mrb-grondslag kan verschuiven naar voertuigoppervlakte of omvang. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een uitvoerbaardere bpm en een toekomstvast stelsel dat aantrekkelijk elektrisch rijden combineert met financiële stabiliteit en bereikbaarheid.
Het kabinet voert hierover gesprekken met maatschappelijke partijen en uitvoeringsorganisaties en belooft de Kamer uiterlijk eind dit jaar te informeren over vervolgstappen. Voor wie rijdt, leaset of een tweedehands EV wil kopen: komende maanden blijven cruciaal. De uitkomsten van deze onderzoeken bepalen namelijk wie er straks beter of juist slechter uitkomt op de weg.
Voor ondernemers, leasemaatschappijen en consumenten betekent dit: goed opletten en waar mogelijk voorbereiden. Kleine veranderingen in wetgeving of uitvoeringsregels kunnen snel doorwerken in aanbiedingsprijzen, contractvoorwaarden en de praktische keuze om wel of niet elektrisch te rijden.
FAQ
Wanneer worden de definitieve wijzigingen in de autobelasting verwacht?
Het kabinet belooft eind dit jaar vervolgstappen te melden en verdere uitwerkingen uiterlijk eind 2026; concretere beslissingen over sommige regelingen worden voor augustus verwacht.
Wat betekent een verschuiving naar oppervlakte als heffingsgrondslag voor EV-eigenaren?
Een oppervlaktegrondslag kan EV-eigenaren minder betalen laten dan gewicht-gebaseerde heffing omdat accu’s niet direct zwaarder meetellen, maar praktische meet- en uitvoeringsvragen blijven bestaan.
Hoe kunnen particuliere kopers zonder eigen laadpaal profiteren van nieuwe regelingen?
Beleidsvoorstellen richten zich op buurtlaadoplossingen en gerichte incentives; concrete maatregelen moeten nog volgen, maar het doel is lagere drempels voor groepen zonder privélader.
Bron: Ministerie van Financiën (kamerbrief van staatssecretaris Eerenberg)














